Home / Buitenplaats / Leren door beleven

Leren door beleven

26-01-19 * Maasbree
De School Maasbree, Coöperatie BreeNetwork U.A.

Projectomschrijving

de school

Het verhaal van de openbare basisschool is in september 2016 begonnen. De school geeft onderwijs gericht op de hoogst mogelijke leeropbrengsten voor iedereen, in en met de omgeving. We werken in het onderwijs omdat we steeds het beste uit het systeem en onszelf willen halen en omdat we leerlingen de beste kansen en mogelijkheden op leren en ontwikkelen willen geven. Iedereen is welkom om samen met ons te leren en te ontwikkelen om zo bij te dragen aan het leren van onze leerlingen en zo zelfs een beetje mee te werken aan een mooie toekomst!

 

Het onderwijs is gebaseerd op het Leren van kennis, Leren van gezond zijn en Leren door beleven.
Op het gebied van interesses kunnen leerlingen hun eigen keuzes maken. Dit wordt vormgegeven in de pijler ‘leren door beleven’. De lessen worden gegeven als module. We bieden de volgende modules aan:
- het restaurant: leerlingen koken en eten samen,
- de werkplaats: leerlingen zijn technisch, constructief bezig,
- de natuur: leerlingen krijgen praktische biologie,
- het theater: leerlingen kiezen voor muziek, dans of spel,
- multimedia: leerlingen werken vanuit een wetenschappelijke basis aan technologie,
- de winkel: leerlingen krijgen les in ondernemerschap door daadwerkelijk een winkel te runnen,
- het atelier: leerlingen werken aan kunst of mode.

 

De pijler ‘leren door beleven’ zoekt nadrukkelijk het contact met de buitenwereld en de gemeenschap. De school is steeds zoeken naar personen, organisaties en plekken die een gezamenlijke interesse hebben met de leerlingen en deze passie met hen willen delen. We zoeken de echte wereld op, we maken deze tastbaar en herkenbaar voor de leerlingen door gastlessen te laten verzorgen door externen of door met leerlingen de ‘wereld’ in te gaan, door onderwijs op andere plekken te laten plaatsvinden.

 

Uit onderzoek (masteronderzoek Jolanda Hertogs) blijkt dat het inzetten van sociaal kapitaal (de middelen vanuit het netwerk waarin iemand zit) van invloed is op leerprestaties, op slagingskansen, op de onderwijsloopbaan en op betrokkenheid bij en motivatie voor het leren. De school wil het sociaal kapitaal van ouders in het netwerk van de school beter benutten om tot hogere rendementen van het eigen onderwijs te komen voor alle leerlingen. Netwerkdenken is een manier van denken waarbij de organisatie zich ziet als onderdeel van een netwerk van verbonden actoren. Deze actoren kunnen (tijdelijk) verbonden zijn en hun eigen sociaal kapitaal uitwisselen. Op dit moment wordt het netwerkdenken nog weinig / niet toegepast in het onderwijs. Op dit moment worden sociale netwerken ingezet op individuele basis (een opa die bijles geeft).

 

Het al veel beschreven uitgangspunt: ‘It takes a village to raise a child’ is hierbij van toepassing, echter het uitvoeren hiervan is niet vanzelfsprekend. In onze maatschappij gaan we er vanuit dat kinderen op school leren en dat de gemeenschap deze verantwoordelijkheid ook bij de scholen kan neerleggen. Wij draaien dit principe dan ook om: ‘It takes a child to raise a village’. Door de starten bij de kinderen en hun leerbehoeften, blijkt het sociale netwerk (de gemeenschap) vanuit hun expertise en passie een bijdrage te willen leveren, echter hier moet actief naar gevraagd en soms gezocht worden.

 

De buitenwereld is er niet alleen voor een kortstondige kennismaking in de vorm van een gastles of uitje, maar maakt structureel deel uit van ons onderwijs. Uit onderzoek van o.a. P. Senge, blijkt dat een groot probleem voor de tanende motivatie van leerlingen, is dat onderwijs en de echte wereld losgekoppeld zijn. De school wil daarom koppelen aan de directe omgeving, onlosmakelijk verbonden zijn, onderwijs als onmisbaar deel van de samenleving.

 

De inbreng van de buitenwereld, mede door het sociaal netwerk van het kind, zoals ouders, opa's, oma's en andere professionele vakkrachten is  geformaliseerd in het coöperatie BreeNetwork U.A. (BreeNetwork). Sociaal kapitaal betekent voor de school alle potentiële kennis, kunde, vaardigheid en materiaal dat beschikbaar is in het netwerk van de school. Deze inzetten ten gunste van het leren van alle kinderen. Alle kinderen kunnen zo gebruik maken van het netwerk. Hiermee willen we ook een bijdrage leveren aan kansengelijkheid. Vanuit onderzoek (Hertogs, 2018) is gebleken dat de grootte van het sociale netwerk van kinderen ook van invloed is op de kansen. Kortweg: hoe groter het sociale netwerk van kinderen, hoe groter je kansen op positieve ontwikkeling en bestendiging. Als school willen we natuurlijk een bijdrage leveren door een, groot netwerk te vormen van alle sociaal kapitaal.

 

Ook bewustwording van de omgeving is hierbij een doel. Onderwijs kan niet enkelzijdig verantwoordelijk zijn voor de volgende generatie. Als we een gemeenschap van positief ingestelde burgers willen vormen met zin in de toekomst vanuit de gedachte samen te bouwen aan die toekomst, moeten we de gemeenschap ook betrekken. In de praktijk betekent dit dat er vanuit school wordt bepaald welk thema aan de orde komt. Dat thema duurt 10 weken. Een jaar kent 4 thema’s. Bij elk thema is een vak meer centraal gesteld, bijvoorbeeld, momenteel is het thema ‘microwereld’ en staat biologie meer centraal.

 

Komende periode is het thema ‘over de wereld’ en staat aardrijkskunde meer centraal. De leerkrachten zijn elk verbonden aan een module en weet welke leerdoelen (kennis en/of vaardigheden) binnen deze module centraal staan. De leerkrachten gaan in gesprek met het BreeNetwork om te kijken of er coöperatie-leden (dit kunnen (groot)ouders, bedrijven, maatschappelijke organisaties of gepassioneerde hobbyisten zijn) binnen dit thema een rol kunnen spelen in de modules. Samen wordt de module aangeboden, waarbij de leerkracht de pedagogische input levert en er zicht op houdt dat de (persoonlijke) leerdoelen worden behaald.

 

Er is een start gemaakt met voorlopers, (early adopters) die met veel energie zich hebben ingezet. Nu is het de bedoeling het brede netwerk van de school te activeren, te verduurzamen en te borgen.

Doel van het project

Het doel van het project is het effectief inzetten van het sociale kapitaal van de school en de ouders om zo de leerprestaties van de leerlingen te vergroten, in de echte wereld. We gaan hierbij uit van ‘hoe leren echt werkt’ en hanteren hierbij uitgangspunten van cognitieve leerstrategieën.

 

Kortgezegd komt dat neer op: THEORIE > TRAINEN> TOEPASSEN. Bij het onderdeel toepassen geldt dat het leren verdiept als kennis
(theorie) wordt toegepast in verschillende situaties en contexten. We zoeken hiervoor de echte wereld op en willen dit deel van het
onderwijs verduurzamen. Er is al een start gemaakt met de eerste thema’s. Voor een deel van de modules heeft het BreeNetwork al enkele leden die de modules kunnen verzorgen. Er blijken daarnaast nog veel gebieden te zijn waar dit nog niet het geval is.

 

Na de eerste ervaring blijken er 3 elementen belangrijk te zijn om te zorgen dat het duurzaam ingezet kan worden:
1. Het bestaande netwerk moet worden uitgebreid zodat er een inhoudelijk, module dekkend duurzame achterban is die bij de uitvoering van thema’s en modules kan worden ingezet. Hierbij is het belangrijk dat er niet op een kleine groep mensen moet worden gebouwd, maar dat er brede schouders zijn om op de juiste momenten mensen/bedrijven/organisaties in te zetten.

 

2. Een inhoudelijk sterk netwerk, dat door training (en ervaringstrajecten) voldoende didactische vaardigheden en zelfvertrouwen hebben om met de groep leerlingen aan de slag te gaan.

 

3. De leerkrachten moeten op elke locatie (online) de beschikking hebben over het overzicht van de (persoonlijke) leerdoelen voor alle leerlingen die in de module meedoen. Hierbij gaat het om leerdoelen die tijdens het Leren door Kennis zijn vastgesteld en die tijdens het Leren door beleven verder worden verdiept of herhaald. Daarnaast moeten de inhoudelijke experts (of locaties) op de hoogte zijn van de algemene doelen die aan de orde zijn binnen de thema’s. Op deze wijze vindt een verankering plaats van de activiteiten in het onderwijs.

 

De uitvoering van de modules maken onderdeel uit van het project, maar worden niet met gelden uit het Innovatiefonds betaald. Ze
worden echter wel als co-financiering opgenomen.