Home / Vrijplaats / De kracht van de leerkrachtinterventie bij SRA-programmeren

De kracht van de Ieerkrachtinterventie bij SRA-programmeren

20-11-17 * Montfort
Basisschool de Hovenier

Projectomschrijving

Eerder onderzoek toont aan dat leerkrachtinterventies bijdragen aan de beslissingsvaardigheid van leerlingen, wanneer leerlingen werken met ICT-roboticaomgevingen bij het oplossen van interessante, op robotica gebaseerde lCT-programmeerproblemen maar dat het de leerkracht moeite kost om terughoudend te zijn (Valcke, 1985).

 

Deze terughoudendheid van de leerkracht is een belangrijke voorwaarde om onderzoekend Ieren en probleemoplossend handelen op basis van ICT-omgevingen bij leerlingen mogelijk te maken. In plaats van een zekere terughoudendheid te betrachten interveniëren leerkrachten vaak vanuit zichzelf om informatie te verstrekken of wanneer moeilijke problemen opgelost moeten worden waarbij misconcepties dreigen te ontstaan (Petrou & Dimitrakopoulou, 2003).

 

Academische basisschool de Hovenier neemt sedert 11 jaar deel aan de ontwikkeling van 21ste century skills in het kader van het domein Wetenschap & Technologie. Nadat de focus in het begin lag op het al doende bezig zijn met allerlei soorten techniek in alle groepen, en daarna op integratie van de W&T-context binnen taal en rekenen, is nu de vraag in hoeverre leerlingen denkvaardigheden op het gebied van computational thinking kunnen worden aangeleerd.

 

De school merkt dat leerlingen van zowel de onderbouw als de midden- en bovenbouw in toenemende mate open staan voor het Ieren omgaan met technologie in algemene zin en het Ieren programmeren in specifieke zin. lCT-programmeeromgevingen leveren daarbij een bijdrage aan het ontwikkelen van specifieke en generieke vaardigheden zoals onderzoeksvaardigheden, analyseren, verschillen in oplossingsgerichtheid, begaafdheden en leersnelheden. Een ICT-programmeeromgevingen kan een inzet van dergelijke vaardigheden vanuit de natuurlijkheid oproepen. De leerkrachten van alle groepen (groep 1 t/m 8) constateren dat leerlingen daarbij ook open staan voor op lCT gebaseerde leeromgevingen. Leerlingen zijn er bovenmatig door geboeid en de implementatie van dergelijke omgevingen in het onderwijs van alledag is voor de school het uitgangspunt. Een en ander staat of valt met de aangeboden ondersteuning en begeleiding door de leerkracht.

 

De school wil zich verder ontwikkelen, maar merkt dat de volgende stap alleen gezet kan worden door de leerkrachten. Het zijn juist de Ieerkrachtinterventies die het leren programmeren van leerlingen in de weg kunnen staan. Het is dus van groot belang voor de school, maar ook in een breder kader, om zicht te hebben op welke Ieerkrachtinterventies werken.

 

Derhalve is het voor de school van belang om te onderzoeken welke leerkrachtinterventies, aangeboden in een SRA-programmeeromgeving (waarin gewerkt wordt volgens sense, reason and act programmeren), werken en wat daarvan de opbrengst en uitwerking is.

Doel van het project

Het doel van het project is om vast te stellen welke Ieerkrachtinterventies werken en wat daar de opbrengst van is binnen een lCT-programmeeromgeving. De beoogde resultaten bestaan enerzijds eruit dat leerlingen van zowel onderbouw, middenbouw als bovenbouw in staat zijn om:

 

1. te programmeren met behulp van LEGO materiaal;

2. zodanig te programmeren dat ze systematisch een probleem aanpakken;

3. zodanig te programmeren dat ze binnen een statische of dynamische programmeeromgeving en programmeerprobleem kunnen oplossen;

 

en bestaan anderzijds eruit dat in kaart wordt gebracht welke leerkrachtinterventies werken en wat daarvan de opbrengst is en dat leerkrachten zicht krijgen op de invloed en uitwerking van hun eigen interventies.